uw mobiliteit onze zorg

Friese Elfstedentocht (2016)

Hierbij een ervaringsverslag van Martijn:

Van 15 t/m 19 juni 2016 heb ik voor de 2e keer de 11 stedentocht gefietst in Friesland.

Nu hoor ik u al denken: wat is daar voor speciaals aan? Op zich niks natuurlijk. Behalve als je bedenk dat de deelnemers allemaal bestonden uit personen met een beperking en dus allemaal aangepaste fietsen hadden. Onze groep bestond uit 8 personen, aangevuld met enkele begeleid(st)ers, waarvan er 1 de ‘bezemwagen’ bestuurde, die tegelijk onze bagage meenam.

Begonnen zijn we in Snits (Sneek), waarna de 1ste overnachtingsplek in Aldemardum (Oudemirdum) hadden.
Hier sliepen we op 1 camping in trekkershutjes of in tentjes.
Van hieruit zijn we via de IJsselmeerkust naar het begin van de Afsluitdijk gefietst waar we bij het dorp Pingjum onze 2e plek hadden.
De zogenaamde ‘hel van het noorden’ hebben we in 2 etappes gedaan. Dit ook om ons voldoende rust te geven.

1e deel was dus van Pingjum buitendijks langs de Waddenzee naar Harns, en vervolgens via Frjentsjer naar St. Anne. Hier sloegen we op een camping langs de Blikvaart onze 3e en laatste bivak opsloegen. Hier verbleven we 2 nachten. Op de 4e dag was de wet van Murphy bij ons aanwezig. Wat slecht en nat weer. 3 fietsen die kapot gingen waarvan 1 er niet meer direct gemaakt kon worden, en 1 ander 2 x de zelfde band lek. Via het fietspad langs de Dokkumer Ee kwamen we in de plaats aan waar Bonifatius in 754 werd vermoord. Dokkum dus.

Zoals ook de schaatsers doen, gingen ook wij weer langs de Dokkumer Ee terug naar het beroemde bruggetje van Bartlehiem. Hier konden we ergens onze stalen rossen stallen om vervolgens terug te gaan naar ons bivak.

Onze slot etappe ging de laatste dag van Bartlehiem via Ljouwert weer richting Snits waar we ook begonnen zijn.

Dat Friesland een provincie is met een eigen wil en geschiedenis, blijkt ook wel uit de dingen die we vooral op de 2e dag tegenkwamen. Het schilderij bij Aldemardum tegen de Haagse en Brusselse regelgeving en het monument ‘leaver dea as slaef’ zijn daar goede voorbeelden van. Persoonlijk hou ik daar wel van. Van deze eigenzinnigheid en stijfheid.

De diversiteit van zo’n groep is best leuk. Leeftijd en beperkingen. Hoe ga je daar mee om?
Je moet toch rekening met elkaar houden. Je bent samen uit en je wilt tenslotte ook weer samen bij je einddoel komen.
Ik heb het in ieder geval leuk gehad.
En mijn hoofd leeg kunnen maken.

Oan ’t sjen,

Martijn